Met haar langspeelfilm Julian opende de 26-jarige Belgische regisseuse Cato Kusters dit jaar het Film Fest Gent. De film, gebaseerd op het gelijknamige boek door Fleur Pierets, vertelt het waargebeurde verhaal van twee vrouwen die willen trouwen in alle landen waar dat legaal is tot (spoiler alert!) één van hen ziek wordt.
Na een wereldpremière in Toronto, waar Julian met een staande ovatie werd onthaald, opende de film het Film Fest Gent. Luttele uren voor de grote avond ontmoeten we Kusters in het Yalo Hotel waar ze van interview naar fotoshoot snelt.
Wanneer is je passie voor film ontstaan?
Cato Kusters: “Ik denk dat die er altijd geweest is, al was dat niet meteen concreet. Pas toen ik een studie moest kiezen, begon het te dagen dat film eigenlijk alles omvatte wat ik interessant vond. Toen ik jonger was, keek ik eindeloos naar films. Op mijn dertiende of veertiende was ik helemaal weg van Audrey Hepburn. Funny Face vond ik fantastisch en Breakfast at Tiffany’s heb ik zeker dertien keer gezien. En dan zijn er die films die je als kind eigenlijk nog niet hoort te zien, maar die wel blijven hangen. Voor mij was dat Little Children van Todd Field. Die heeft me echt geraakt. Film was altijd de kunstvorm die mij helemaal kon overnemen.”
Je was pas 23 toen je aan Julian begon. Was je de jongste op de set?
CK: “Niet helemaal: er zaten in het cameradepartement nog mensen die jonger waren, maar ik was wel een van de jongsten. Ik probeerde daar niet te veel bij stil te staan. We hadden een heel vitale ploeg met veel gevoelige mensen. Toch moet je jezelf voortdurend overtuigen dat je dat schip mág besturen. Dat lukt bij momenten beter dan anders, maar het belangrijkste is om daar niet te veel mee bezig te zijn.”
Actrice Laurence Roothooft noemde jou ooit ‘een extreem goed voorbereid werkpaard’. Hoe ziet jouw creatieve proces eruit?
CK: “Alles valt of staat met de geloofwaardigheid van de personages, en ik had een heel duidelijk beeld van wie ze zijn. Ik ken Fleur natuurlijk goed, en had met Julian mentaal zoveel tijd doorgebracht dat ik voor mezelf een heel precieze invulling van hun karakters had gemaakt. Daardoor was ik gevoelig voor elk detail dat daarvan afweek.”
Hoe ervaar je het Belgische filmlandschap als jonge, vrouwelijke filmmaker?
CK: “België is tegelijk een heel fijn en heel lastig land om films te maken. We hebben een ongelooflijk vangnet vanuit de overheid, wat zeldzaam is. Dat beschermt ook de manier waarop ik graag werk: minder competitief en niet puur commercieel. Dat is misschien ook wel waarom film zo floreert in België. De uitdaging zit ‘m vooral in het buiten de grenzen breken eenmaal de film er is. We zijn een klein land, maar onze arthousecinema heeft internationaal wel een sterke reputatie.”
Typisch Belgisch is ook de meertaligheid van de cast en crew. De film is grotendeels Franstalig, terwijl jij Nederlandstalig bent. Wat was de voertaal op set?
CK: “De ploeg was een mix van Nederlands-, Frans- en Engelstaligen. Met de actrices sprak ik vooral Frans, soms Engels als het snel moest gaan. Taal was voor ons eigenlijk ondergeschikt: we hebben de taal laten afhangen van de casting. Toen we Nina Meurisse zagen in Le Ravissement, wisten we dat zij het moest zijn. Pas toen werd duidelijk dat de film grotendeels in het Frans zou zijn.”

Arthur Moelants
Wie inspireert je als maker?
CK: “Alice Rohrwacher vind ik echt waanzin. Zij maakt heel bijzondere, magisch realistische films. Ook Joachim Trier inspireert me enorm. Maar ik haal evenveel inspiratie uit literatuur, en voor Julian ook uit Fleur zelf. Haar boek is zó rijk en sterk verteld dat het mijn belangrijkste vertrekpunt was.”
“Fleur las elke versie van het scenario, keek mee tijdens de casting en kwam vaak langs in de montage. Ze gaf me enorm veel vertrouwen, maar voor mij was het belangrijk dat ze betrokken bleef.”
De wereldpremière van Julian vond plaats in Toronto, en nu mag de film het Film Fest Gent openen. Hoe voelt dat?
CK: “Onbeschrijfelijk. Drie jaar geleden stond ik hier nog met mijn afstudeerfilm, die toen de studentencompetitie won. Dat ik nu met mijn eerste langspeelfilm het festival mag openen, had ik nooit durven dromen. Film Fest Gent is ook echt een geweldig festival. Ze maken sterke keuzes en slagen er altijd in om grote namen en lokaal talent te verbinden. Dat we dit jaar hun paradepaardje mogen zijn, dat maakt me ongelooflijk trots.”
Wat heb je geleerd tijdens het maken van Julian?
CK: “Dat je soms meer gedaan krijgt, of dat het beter samenwerken is, wanneer je durft te zeggen waar het op staat. Ik denk dat ik vaak gewrongen zat tussen een bepaalde zachtheid en beleefdheid, terwijl ik eigenlijk heel goed weet waar ik naar op zoek ben. En ik denk dat het duidelijker is voor een ploeg als je daar ook gewoon vooruit komt. Ik werk heel secuur en ben misschien niet de makkelijkste om mee te werken, maar dat is oké. Want ik denk dat het feit dat ik zo’n duidelijke visie heb, ook mijn sterkte is.”
Brengt Julian een politieke boodschap?
CK: “Die zit automatisch in het DNA van het verhaal en kan je niet wegdenken. Maar wat het boek – en nu ook de film – laten zien, is dat er in dat politieke verhaal een menselijkheid schuilt die volledig apolitiek is. Ik Het gaat uieindelijk gewoon over twee mensen die elkaar doodgraag zien en hetzelfde willen kunnen doen als de rest. Het huwelijk is daar een metafoor voor. Ze hebben het ongelooflijk slim aangepakt door positief activisme te voeren en de landen te vieren waar ze wél mochten trouwen. Maar dit kaart ondertussen natuurlijk iets veel breders aan.”
Julian is vanaf 29 oktober te zien in de bioscoop.