Geïnspireerd door de Britse underground scene, keert Arlo Parks terug met een derde album doordrenkt met de energie van nachtclubs. Op haar vijfentwintigste voelt de artieste zich vrijer dan ooit, zonder beperkingen en met een hernieuwde creativiteit.
Arlo Parks strikken voor een interview is bijna een atletische oefening. Tussen haar reizen van New York naar Los Angeles en daarna van Los Angeles naar Londen zit de Britse artieste om de drie à vier dagen in het vliegtuig en heeft ze intussen een indrukwekkende status als “frequent flyer” bereikt. Dit gesprek kon pas plaatsvinden na vijf wijzigingen van dag en uur… Deze keer is het 8.30 uur in New York en is ze klaar om te praten over haar derde album,, dat in april verschijnt. “Ik ben erg blij met dit album”, geeft ze toe.
Voor dit nieuwe album heb je je voor het eerst ondergedompeld in het nachtleven in clubs om inspiratie te vinden.
Arlo Parks: “Absoluut. Er zit iets heel levendigs in het ervaren van muziek en de gemeenschap van clubs. Die subcultuur is rijk en inspireert me zowel op muzikaal als op emotioneel vlak.”
De afgelopen jaren heb je je in de Verenigde Staten gevestigd. Vooral de clubs van New York en Los Angeles hebben indruk op jou gemaakt.
AP: “Dat klopt. Toch inspireren ook sommige Londense clubs, zoals Plastic People, en The Warehouse Project in Manchester mij. Bovendien voel ik me al sinds mijn tienerjaren verbonden met die muziek. Al die invloeden samen hebben uiteindelijk het album gevormd.”
Maar wat hebben ze gemeen?
AP: “Een heel gelijkaardige energie. Clubs zijn plekken waar de mensen die er komen zich begrepen en geaccepteerd voelen. Ze ervaren er een sterk gevoel van verbondenheid en erbij horen.”
Je hebt je vooral op de underground scene gericht.
AP: “Inderdaad, bijvoorbeeld op DIY-feesten en evenementen die plaatsvinden op niet-conventionele plekken en die de geest van de elektronische muziek levend houden. In New York waren clubs zoals Paradise Garage in de jaren tachtig echte instituten. Ook het bestuderen van hun geschiedenis heeft me enorm gefascineerd.”
Heb je op die plekken een gemeenschap gevonden waar je je bij kon aansluiten?
AP: “Ik heb er veel vrienden gemaakt, vooral dj’s. Zelf heb ik ook als dj gemixt, soms gewoon bij me thuis. Dan stonden er mensen in mijn woonkamer te dansen. Dat ik die gemeenschap gevonden heb, geeft me veel vreugde. Als dj spelen, zoals onlangs in Camden, maakt nu deel uit van mijn identiteit.”
Denk je dat je zonder de pandemie en de lockdown tot deze keuzes zou zijn gekomen?
AP: “Dat is moeilijk voor te stellen. De pandemie was een heel bijzondere periode. Waarschijnlijk zou ik geen muziek in mijn appartement hebben gemaakt en was ik eropuit gegaan als de pandemie er niet was geweest. Maar duidelijk is dat ik, voordat ik aan mijn derde album begon, een pauze nodig had en meer spontaniteit in mijn leven wilde.”
Je bent zowel zangeres, auteur, componiste als dichteres. Hoe vindt een dichteres inspiratie in nachtclubs?
AP: “Er is zoveel schittering en zoveel wonderlijks in clubs. De lichten op de muren, de manier waarop mensen elkaar aankijken, de kleding die ze dragen. Een tekst die me sterk heeft geïnspireerd is die van Roland Barthes over Le Palace, de beroemde Parijse nachtclub uit de jaren zeventig en tachtig. Die tekst heet Au Palace, ce soir. Dus het is niet nieuw dat clubs schrijvers inspireren.”
Voel je je als Engelse in New York of L.A. een buitenstaander?
AP: “Helemaal niet. Ik reis al veel sinds ik zeventien was. Mijn multiculturele achtergrond – met de Nigeriaanse roots van mijn vader en de Tsjadische en Franse van mijn moeder – heeft me altijd het gevoel gegeven dat ik het resultaat ben van een mengeling. Ik ben daarom heel open en vind overal waar ik ben gevoelige artiesten. Ik voel me overal op mijn gemak. Ik reis altijd met een boek en met muziek in mijn oren. Ik geloof dat ons thuis is waar de mensen zijn die ons een goed gevoel geven.”
Het is verrassend om die triphopvibe op het album van een vijfentwintigjarige artieste te horen, omdat triphop zo kenmerkend is voor de jaren negentig.
AP: “De nineties zijn mijn favoriete muziekperiode. Ik heb veel van die platen ontdekt in de collectie van mijn oom. Ook heb ik via internet concerten van Nirvana ontdekt, of het album Dummy van Portishead en van Massive Attack.”
Je bent al een tijdje ambassadeur van Unicef. Wat zijn je opdrachten?
AP: “Ze hebben te maken met vrouwelijke empowerment, acties om ondernemerschap te stimuleren, maar ook met het werken met kinderen en het geven van poëzieworkshops. Ik haal veel voldoening uit die opdrachten voor Unicef.”
Je werd recent gezien op de modeweken in Londen en Parijs. Is dat een teken van echte interesse in mode?
AP: “Dat is zeker een echte interesse. Toen ik onderzoek deed naar de visuele identiteit van dit album, ging dat ook via kleding. Ik dacht bijvoorbeeld aan metallic materialen om het licht van de clubs te weerspiegelen. En het dragen van bepaalde outfits geeft me kracht. Ik voel me erg verbonden met ontwerpers als Simone Rocha en Willy Chavarria. Ik ben heel blij dat ik kan worden geassocieerd met modeontwerpers met een betekenisvolle culturele visie.”
Op 3 november kan je Arlo Parks live aan het werk zien in het Koninklijk Circus in Brussel.