Van kloosters tot postkantoren: overal ter wereld krijgen historische panden een tweede leven als hotel. Dit bovendien zonder hun verleden los te laten.

Interieurs die de originele architectuur eren en gastenboeken die lezen als geschiedenisboeken. Wij selecteerden acht adresjes in binnen- en buitenland waar je in een historisch kader kan overnachten.

1. Fleur de Ville, Brussel

Pal in het hart van Brussel schrijft Fleur de Ville een nieuw hoofdstuk in een gebouw dat ooit dienst deed als hoofdzetel van de Caisse Générale d’Épargne et de Retraite. Opgericht in 1865 om sparen en sociale zekerheid toegankelijk te maken voor de Belgische bevolking, groeide dit gebouw onder de handen van architecten als Henry Beyaert, Alfred Chambon en Paul Hankar uit tot een symbolisch centrum van arbeid en welvaart.

Vandaag leeft die geschiedenis verder in het hotelinterieur. De kamers en suites, sommige vernoemd naar de architecten die het pand vormgaven, zijn stuk voor stuk oogverblindend ingericht met originele moulures, statige schouwen en subtiele verwijzingen naar de bankgeschiedenis. Ook de voormalige bestuurskamer werd zorgvuldig bewaard en fungeert nu als eventlocatie, met imposante hoge plafonds en fijn afgewerkte houtdetails. Ideaal als uitvalsbasis na een opera-avond in de Munt, waar het hotel op nauwelijks een straat afstand ligt.

2. Hotel Copernicus, Krakau

In de oudste straat van Krakau, ligt Hotel Copernicus achter nummer zestien verscholen in een 16e-eeuws palazzo. De naam verwijst naar de Poolse astronoom Nicolas Copernicus, die er kort verbleef terwijl hij aan zijn revolutionaire heliocentrische theorie werkte. Als eerste Poolse lid van Relais & Châteaux bewaart het hotel meesterlijk zijn eeuwenoude ziel. Bij de renovatie werden zelfs 14e-eeuwse muurschilderingen blootgelegd, die vandaag deel uitmaken van het interieur.

De 29 kamers met renaissance-details als hoge plafonds met zichtbare houten balken, antieke meubelen en marmeren badkamers, stralen discrete luxe uit. De overdekte patio baadt overdag in het zonlicht en fungeert ‘s avonds als sfeervolle ontmoetingsplek.

3. Grand Hotel, Rimini

Aan de Adriatische kust in Rimini staat een hotel dat als geen ander de belle époque van Italië belichaamt. Grand Hotel Rimini, ontworpen door de architect Paolo Somazzi, opende in juli 1908 als art nouveau-manifest en groeide al snel uit tot vaste verblijfplaats van aristocraten, koningen en Nobelprijswinnaars. In 1994 verklaarde de Italiaanse regering het pand officieel tot nationaal monument. Van de statige jugendstilgevel tot de Franse en Venetiaanse suites vol kristallen luchters en parketvloeren: elk detail vertelt hier een verhaal.

Grand Hotel Remini façade
Grand Hotel Rimini suite

Toch is het vooral Federico Fellini die het hotel definitief onsterfelijk maakte. De regisseur groeide op in Rimini en zag het hotel als jongen als het manifest van “rijkdom, luxe en pracht”. Later werd het zijn tweede thuis. Hij hield jarenlang suite 315 permanent gereserveerd en gebruikte het pand als decor in zijn Oscarwinnende film Amarcord (1973).

4. Nishiyama Onsen Keiunkan, Yamanashi

In de bergen van Yamanashi, tussen Fuji en de Japanse Alpen, ligt het oudste hotel ter wereld. Volgens het Guinness Book of Records opende Nishiyama Onsen Keiunkan haar deuren in het jaar 705, nadat de aristocraat Fujiwara Mahito er een warmwaterbron ontdekte. Sindsdien is de ryokan onafgebroken in handen van dezelfde familie, intussen aan de 52ste generatie toe.

Maar haar leeftijd is niet de enige reden wat van de ryokan een trekpleister maakt. De Hakuho-bron, die meer dan 1.600 liter thermaal water per minuut pompt, biedt een zeldzame onsen-ervaring met een puur, ongefilterd karakter. Het interieur van de ryokan eert de Japanse esthetiek van eenvoud en sereniteit met tatami-matten, shoji-schermen en houtwerk. Dat de gastvrijheid al meer dan dertien eeuwen door dezelfde bloedlijn wordt doorgegeven, voel je er in elk detail.

5. Pera Palace Hotel, Istanbul

Toen de Orient Express in 1889 haar iconische treinreis van Parijs naar Istanbul lanceerde, misten vermoeide passagiers bij aankomst een luxe verblijfplaats. Om die reden bouwde de spoorwegmaatschappij tussen 1892 en 1895 het Pera Palace Hotel, een neoklassiek gebouw met oosterse invloeden ontworpen door de Franse architect Alexander Vallaury. Bij de opening kon het huis pronken met de eerste elektrische lift van heel het Ottomaanse Rijk.

Meer dan een eeuw later blijft het Pera Palace een levend museum. Suite 411 draagt de naam van Agatha Christie, die er tussen 1926 en 1932 een vaste bezoekster was en er volgens de legende delen van Murder on the Orient Express schreef. Kamer 101, de Atatürk-suite, werd zelfs omgetoverd tot een echt museum met persoonlijke bezittingen van de stichter van de Turkse republiek, waaronder zijn brillen, pyjama’s en zijden gebedskleed.

6. 1898 The Post, Gent

Aan de Graslei in Gent verrijst een gebouw met een torenspits van 54 meter dat generaties Gentenaren als postkantoor kenden. Ontworpen door architect Louis Cloquet en gebouwd vanaf 1898 in aanloop naar de Wereldtentoonstelling van 1913, toont het pand invloeden uit de gotiek en de renaissance. Na dertien jaar leegstand kreeg het gebouw in 2017 zijn tweede leven als 1898 The Post: een luxueus boetiekhotel met 38 kamers.

Diepgroene wanden, ruwhouten texturen en vintage verlichting zetten een fin de siècle-sfeer. Op elke kamer duiken bovendien subtiele verwijzingen naar het postverleden op, van antieke schrijfbureaus tot glazen inktflesjes en gepolijste metalen pennendoosjes. Cobbler, de speakeasy-bar met prachtig uitzicht over de Korenmarkt vormt voor vele bezoekers van de Arteveldestad een bestemming op zich.

7. The Beekman, New York City

The Beekman in New York verbergt een verrassing van formaat. Vanuit de lobby kijk je recht omhoog naar een negen verdiepingen hoge lichtkoepel, geflankeerd door sierlijke gietijzeren balustrades. Toch bleef dat atrium meer dan zestig jaar verborgen achter blinde muren, opgetrokken om aan de brandveiligheidsnormen te voldoen. Pas bij de restauratie tot boetiekhotel in 2016 werd dit architecturaal wonder uit 1883 weer zichtbaar.

De 287 kamers, ontworpen door de Britse designer Martin Brudnizki (bekend van Annabel’s in Londen), combineren verouderd eiken, Carrera-marmer en olijfgroen leder met een fijnzinnige kunstcollectie. In Temple Court, het hotelrestaurant in het hart van het Atrium, roert topchef Tom Colicchio in de potten.

8. Palacio Nazarenas, Cusco

In het hart van Cusco, op 3.400 meter hoogte, verbergt zich achter een sobere kloostergevel één van de meest luxueuze hotels van Peru. Palacio Nazarenas, A Belmond Hotel, is gehuisvest in een voormalig 16e-eeuws klooster dat op zijn beurt bovenop de originele stenen van een Inca-paleis werd gebouwd. Bij restauraties werden zowel koloniale muurschilderingen als Inca-metselwerk blootgelegd en beide worden vandaag geëerd in het interieur.

De 55 suites herbergen indigo wandschilderingen, op maat gemaakt meubilair en, in de duurdere categorieën, private zuurstofsystemen om de acclimatisering aan de hoogte te vergemakkelijken.Voor het ontbijt strijk je bij voorkeur neer in de kloostertuin, waar kolibries tussen de bloemen fladderen.