Haar instinct volgen, dat deed Angèle altijd al. En doet ze meer dan ooit op haar derde album: een plaat met een onmiskenbaar Belgische ziel, maar internationale ambities. In dit exclusieve interview laat de koningin van de Belgische pop zich uitgebreid in de kaarten kijken.

Sinds haar debuut heeft de carrière van Angèle Van Laeken haar ‘final destination’ nog lang niet bereikt. Haar derde album kreeg de naam ‘Instinct’ en is een uitgesproken elektroplaat met gastproducers van formaat. De artieste – mooier dan ooit en volledig meester over haar projecten – zit er heel ontspannen bij. Ze bestelt een broodje américain, want het is al voorbij de middag en ze heeft nog niet gegeten. En daar zitten we, klaar voor een lang gesprek over haar derde plaat, die van een jonge vrouw die op 3 december haar eenendertigste verjaardag viert. Een vrouw die vastberaden vreugde wil uitstralen om zich heen, in een tijdperk dat daar niet altijd om vraagt. Dat is op zich al een kunst. Angèle, achter het imago, bezit zowel het talent als de volharding daartoe.

Dit album luidt een nieuw tijdperk in. Zie je het als een bocht van 180 graden?

Angèle: “Het is in de eerste plaats het resultaat van een heel persoonlijke evolutie. Deze plaat ben ik voor de volle honderd procent, zoals ook Brol dat destijds was, maar met tien jaar verschil. Dat verklaart die verandering waar je op doelt.”

Een evolutie van de voorbije twee, drie jaar?

A: “Ik heb sinds 2022 geen muziek meer uitgebracht. Dat zijn uiteindelijk vier jaar zonder nieuwe plaat, al waren er weliswaar enkele optredens en sterke momenten. ‘Instinct’ komt op een moment waarop ik veel heb nagedacht over mijn werkwijze, waarop ik technisch heb gezocht hoe ik een bepaalde sound kon krijgen, naar wie ik mij moest wenden om die of die klank te creëren – vandaar de samenwerkingen op dit album. Maar het is ook het resultaat van naar mezelf te luisteren en de muziek te maken zoals ik ze wilde. Ik wilde de cursor tot het uiterste duwen, of het nu om dance ging of om een ballad.”

Radicaler, zeg maar?

A: “Ja, misschien is het inderdaad wel radicaler.”

Het is de eerste keer dat je zoveel nummers in het Engels, of in het Frans én het Engels, maakt. En er staan ook opvallend veel features op.

A: “Klopt, maar het zijn features die vooral met de productie te maken hebben. Dat verklaart meteen ook de drie fasen waarin dit album ontstaan is. De eerste was die van het vrije zoeken. Ik zat heel vaak alleen thuis in Brussel, met mijn hond. Ik maakte kruidenthee, schreef, componeerde en produceerde. In die fase stuurde ik mijn nummers door naar Tristan Salvati, mijn trouwe coproducent sinds het prille begin. We besloten alleen om niet meteen de studio in te duiken. Een jaar lang was hij zowat mijn coach, mijn trainer. In die fase schreef ik Trop, Dis-le, Une seule vie, Je compte en New York City Blues. En nog een hele reeks nummers die het daglicht niet gehaald hebben, omdat ze de tand des tijds niet doorstonden.”

Icone citation

Deze plaat is anders tot stand gekomen dan de andere, omdat ik alles voor mijn rekening durfde nemen, tot aan het mixen toe.

“De tweede fase begon toen ik besloot Tristan erbij te betrekken en we samen de studio ingingen, in Brussel, in New York, in Zuid-Frankrijk en elders. De derde fase was toen ik vond dat ik de plaat eigenlijk had, maar dat er passages waren die nog verder gepusht moesten worden, en waarin ik zelf gelimiteerd was. Toen heb ik een beroep gedaan op Justice, Soulwax, SebastiAn en anderen. Dat was dus een fase van openheid, en daar zit voor mij ook de échte verandering. Deze plaat is anders tot stand gekomen dan de andere, omdat ik alles voor mijn rekening durfde nemen, tot aan het mixen toe, zonder me daarvoor te verontschuldigen. Ik had écht vertrouwen in mezelf.”

Het laatste nummer van het album heb je trouwens zelf gemixt.

A: “Dat zou ik vroeger nooit gedurfd hebben. Tegelijk heb ik ook met andere producers gewerkt, iets wat ik ook nog nooit had gedaan. Daarom voelt deze plaat voor mij zo compleet aan. Omdat ze tot op het bot verkent. De vocalen werden bovendien niet opgenomen in een studio met de deuren mooi dicht, maar met een micro die kleine achtergrondgeluiden opving. Die wilde ik bewust behouden. Dat maakt deel uit van de instinctieve manier waarop deze plaat is gemaakt.”

Vandaar ook de titel ‘Instinct’?

A: “Een titel die ook het kompas van dit album vormt. Mijn vuurtoren in de nacht. Als ik mezelf te veel vragen stel en niet meer weet wat ik in het leven doe, val ik terug op mijn instinct. Dat is niet altijd te verklaren, het kan zich wat achter de angst verschuilen, maar ik denk dat het de eerste stap is om antwoorden te vinden.”

“Je instinct volgen”, “We hebben maar één leven”: zijn dat een beetje jouw mantra’s?

A: “Ja, al zeg ik “we hebben misschien maar één leven”. Misschien hebben we er wel meer, maar het leven dat we nu leiden, zullen we maar één keer leven. Het zijn nummers die over kwetsbaarheid en twijfel gaan, als persoonlijke dagboeken. Maar het zijn evengoed uitnodigingen om te dansen en plezier te maken. Ik ben zelf naar concerten gegaan die als uitlaatklep dienden. Dat zijn bevrijdende momenten wanneer ik een artiest live aan het werk zie: dan voel ik me zo bevoorrecht dat ik erbij mag zijn. Ik vind het een voorrecht om te mogen feesten, ongeacht de context. Het feest, de vreugde, de dans, het loslaten, de trance: dat is zo’n geluk. En dat belichaamt ‘Instinct’ voor mij.”

Is het toen je naar Glastonbury trok dat je daaraan dacht?

A: “Dat heeft altijd in mij gezeten. Feesten doe ik meestal met heel veel plezier.”

Je hebt lang in New York gezeten en wat korter in Los Angeles. Voel je je nu meer New Yorkse dan Brusselse?

A: “Ik heb me nog nooit zo Brussels gevoeld sinds ik zoveel tijd doorbreng in New York. New York was altijd een droomplek voor me. Een deel van mijn familie woont er en ik heb er vrij vroeg connecties opgebouwd. Op mijn achttiende ben ik er twee maanden helemaal alleen naartoe getrokken, nog vóór ik aan mijn studies begon. En toen pas besefte ik wat voor een voorrecht het is om in België te wonen. Maar New York blijft voor mij een plek van creatie en vreugde, meer dan Los Angeles of andere steden waar ik naartoe ben getrokken voor werksessies of om me muzikaal te voeden.”

Icone citation

Als ik een foutje tegen het Frans in een nummer schrijf, doe ik dat bewust, omdat ik vind dat net dát de toon zet.

“De voorbije vier jaar ben ik vooral in Brussel geweest. En ik heb beseft dat mijn Belg-zijn me toelaat om zonder complexen te werken. Om terug te komen op wat je zei over de teksten: toen ik op Brol “Tout le monde, il veut seulement la thune” of “C’est des matins comme ça qui me font pleurer” schreef, wist ik dat dat geen perfect Frans was. Maar als Belg hanteren we het Frans zó op onze eigen manier, we maken er geen heilig huisje van. In Brussel spreekt evengoed een deel van de mensen Vlaams. Als ik dus een foutje tegen het Frans in een nummer schrijf, doe ik dat bewust, omdat ik vind dat net dát de toon zet. Hetzelfde geldt voor het Engels: als het spontaan bij me opkomt, schrijf ik het op die manier neer.”

Het volledige interview met Angèle ontdek je in het december-januarinummer van Marie Claire, dat eind november in de rekken ligt. 

‘Instinct’ (Sony Music) verschijnt op 16 oktober. Angèle brengt ‘Instinct’ live op 20 en 21 maart 2027 in de ING Arena in Brussel.