Snel nog enkele mailtjes wegwerken na het avondeten, een dossier afronden in het weekend of een vergadering laten uitlopen tot lang na de uren: voor heel wat vrouwen is het de normaalste zaak van de wereld. Toch kan dit op termijn flink doorwegen. Een nieuw onderzoek van tijdregistratiespecialist Protime brengt in kaart hoeveel overuren Belgische vrouwen écht draaien, en hoe vaak die onder de radar blijven.
Voor maar liefst één op de drie vrouwen (33%) zijn overuren minstens wekelijkse kost. Vijf procent klopt er zelfs élke dag een paar bij. Slechts 14% van de vrouwelijke bedienden blijft helemaal gespaard. Concreet betekent dit: de kans dat ook jij regelmatig na de klok werkt, is groter dan de kans dat je het niet doet.
De stille rekening die je lichaam betaalt
Op zich is een keer overwerken geen drama, maar als het een structureel gegeven wordt, gaat het wringen. Volgens Lode Godderis, professor arbeidsgeneeskunde aan de KU Leuven, ligt het kantelpunt rond de 50 à 55 uur per week. “Wie langdurig boven die grens werkt, bouwt vaak een stille maar reële gezondheidslast op, waarvan de effecten zich vaak pas na maanden of jaren laten voelen”, klinkt het. Hij nuanceert wel: niet ieder overuur weegt even zwaar. “Of overwerk problematisch wordt, hangt sterk af van de context: de mate van autonomie, de ervaren werkdruk, de steun van leidinggevenden en collega’s, en vooral de ruimte voor herstel. Zelf kiezen om een tandje bij te steken is dan ook iets anders dan geforceerd worden om lange uren te kloppen.” Met andere woorden: een uitloper omdat je in de flow zit en aan een project werk waarin je gelooft, verschilt fundamenteel van elke avond noodgedwongen doorgaan omdat je deadlines onhaalbaar zijn. Dat onderscheid is belangrijk, want het bepaalt of je oplaadt – of stilaan leegloopt.
Lees ook: Zo herken je de waarschuwingssignalen van een burn-out
Wat niet geregistreerd wordt, bestaat niet
Opvallend: bij ruim de helft van de vrouwen die overuren maken (56%) worden die vaak tot altijd geregistreerd, maar één op de drie (33%) houdt ze zelden of nooit bij. Bovendien geeft 38% aan dat de extra uren níét gecompenseerd worden. Het meest spraakmakende cijfer? Bij één op de zes vrouwen heeft de leidinggevende zelfs geen idee dat er overuren gemaakt worden. Bij nog eens een kwart weet de baas het wel, maar niet hoeveel of wanneer. En precies dáár begint het probleem. Want zolang die uren onzichtbaar blijven, blijft ook de werkdruk onzichtbaar – en kan er dus niets aan veranderen.
Dat het bijhouden van je uren wel degelijk een verschil maakt, blijkt ook in de praktijk. Bij Belgen van wie de overuren geregistreerd worden, presteert 31% minstens wekelijks overuren. Bij wie zijn uren niét bijhoudt, loopt dat op tot maar liefst 57%: een enorm verschil.
Zo krijg je grip op je overuren
Hoewel het structurele werk vooral aan de werkgevers is, kan je als werknemer ook zélf iets in beweging zetten. Een paar concrete tips:
- Maak het zichtbaar. Houd een paar weken lang bij – in een app, spreadsheet of schriftje – hoeveel je écht werkt. Die cijfers vormen meteen een sterke basis voor een gesprek met je leidinggevende.
- Breng het ter sprake. Als je leidinggevende geen idee heeft hoeveel extra uren je draait, kan die er ook niets aan veranderen. Een geregistreerd overzicht is een veel sterkere gespreksopener dan een vaag gevoel van ‘het is te veel’.
- Zet de norm zelf. Pauzeer bewust, sluit je laptop op een vast uur, neem die compensatiedag op. Hoe vaker je je eigen grens respecteert, hoe duidelijker je voor jezelf én je omgeving aangeeft wat ‘normaal’ is.
- Bewaak je rustmomenten. Lange dagen zijn niet altijd het probleem, maar het gebrek aan recuperatie wél. Bouw bewuste rustmomenten in: een wandeling tussen meetings door, een avond zonder mails, een weekend offline,…
Overuren zijn op zich geen ramp en niemand zegt dat je elke dag exact om zeventien uur moet afsluiten. Maar zolang je werkuren onzichtbaar blijven – voor jezelf én voor je werkgever – kan niemand bijsturen. En dat is nu net wat je nodig hebt om ook op lange termijn gemotiveerd te blijven werken.