“Kijk niet zo dicht naar het scherm!”, “Je maakt je ogen kapot!”, “Eet je wortelen, die zijn goed voor je ogen!” Als het over de ogen van onze kinderen gaat, is er aan advies geen gebrek. Maar door de overtuigingen die van generatie op generatie worden doorgegeven en de nieuwe schermgewoonten is het moeilijk om te weten wat je het best doet. Naar aanleiding van de Week van het Zien van 3 tot 10 oktober helpen ALAIN AFFLELOU en Jackson Agboke, optometrist en trainer bij de keten, ons om helder te zien.
Subtiele signalen die je niet mag negeren
Een kind dat dichter bij de televisie gaat zitten of met zijn neus boven zijn schrift hangt, is misschien gewoon heel geconcentreerd. Maar als dit systematisch gebeurt, kan het er ook op wijzen dat het in de verte niet goed genoeg ziet. Hetzelfde geldt als een kind regelmatig de ogen samenknijpt om naar het bord te kijken, in de ogen wrijft of aan het einde van de dag over hoofdpijn klaagt.
Het probleem? Kinderen beseffen niet altijd dat ze slecht zien. “Een kind zal niet noodzakelijk zeggen dat het slecht ziet, omdat het niet per se weet wat normaal zicht is”, legt Jackson Agboke uit. Al die kleine signalen zijn redenen om de ogen te laten controleren in plaats van te wachten tot er problemen op school ontstaan.
Moeten we echt voorzichtig zijn met schermen?
Ja, maar niet noodzakelijk om de redenen die je zou denken. Tijd doorbrengen op een tablet of smartphone volstaat niet om myopie te verklaren. Het echte risico zit in het patroon: langdurig op korte afstand kijken zonder pauze, gecombineerd met te weinig tijd in de buitenlucht.
Om de ogen rust te gunnen, kun je de 20-20-20-regel toepassen: kijk elke 20 minuten gedurende 20 seconden naar iets op ongeveer 6 meter afstand. Houd ook voldoende afstand van schermen en boeken: bij kinderen is 30 tot 40 cm ideaal, afhankelijk van hun lichaamsbouw.

©Adobe Stock
In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, kunnen blauwlichtfilters bijziendheid niet voorkomen.
En als buiten spelen nu eens voldoende was?
Dit is waarschijnlijk de eenvoudigste gewoonte om te onthouden. Tijd buiten doorbrengen wordt regelmatig in verband gebracht met een lager risico op myopie. Probeer waar mogelijk dagelijks één tot twee uur buiten door te brengen. Daar hoeft geen sportsessie van te komen: van natuurlijk licht genieten telt ook.
Als de bijziendheid zich al heeft ontwikkeld, kan de evolutie ervan met regelmatige controles worden opgevolgd. Bepaalde optische en medische oplossingen kunnen er vandaag bij sommige kinderen op gericht zijn de progressie af te remmen en tegelijk het zicht te corrigeren.
Nog een reden om hun dagelijkse gewoonten goed in de gaten te houden en vooral niet te wachten tot ze zelf zeggen dat ze wazig zien.