Cecil Beatons imago van enfant terrible met een spreidstand tussen art deco en Engelse countryside spreekt interieurarchitect Gert Voorjans aan. Zijn maximalistische interieur vormt het perfecte decor voor een shoot én een gesprek in echte Beaton-stijl: met een fles Rully op tafel, extravagante stoffen en kunstwerken die harmonieus naast elkaar bestaan. 

“Ik ben altijd al gefascineerd geweest door Engeland”, vertelt Gert Voorjans. “Op mijn zeventiende ging ik voor het eerst naar Londen, dat was een cultuurschok. In mijn hoofd associeerde ik Londen met klassieke bolhoeden, maatpakken en Bentley’s, maar tegelijk lagen er mensen op de straat. Hier in België was alles in vergelijking daarmee heel braaf. Wij kenden die extremen niet. Ik kwam terecht in het Londen van de punk, een stad die toen zinderde van creativiteit. Overal voelde je dat er iets in beweging was. Vandaag zou ik er misschien minder affiniteit mee hebben, maar als jongeling die bezig was met interieur, mode en kunst ging er een compleet nieuwe wereld voor mij open.”

De geest van Cecil Beaton

“Dat herken ik ook in Cecil Beaton. Hij was omringd door kunstenaars en was zelf een ongelooflijk excentriek figuur. In de jaren dertig liep hij al rond in geruite pakken met een sjaaltje en een rieten hoed, als een soort theatrale dandy die zijn eigen personage creëerde. Als je hem ziet op die beroemde foto met schilder David Hockney in een orangerie vol bloemen uit 1969: dat is voor mij het summum. Die sfeer, die nonchalance, dat gevoel dat kunst, mode en leven gewoon door elkaar lopen. Ook zijn entourage fascineert me. Beaton bewoog zich in een wereld van uitgesproken persoonlijkheden. Schrijfster Edith Sitwell bijvoorbeeld, met haar dramatische silhouetten en monumentale juwelen, was een wandelend kunstwerk. Noël Coward, zijn goede vriend, bracht dan weer die typische Britse ironie en elegantie. En er waren nog zoveel anderen: aristocraten, toneelspelers, fotografen, modeontwerpers. Het was een kring van flamboyante figuren die zichzelf als kunstobject presenteerden. Het waren echte dandy’s, erfgenamen van de geest van Oscar Wilde. Zo’n uitgesproken stijl en theatrale manier van leven kwamen wij in België nergens tegen.”

Tegen de tirannie van de goede smaak

“Ik heb interieurarchitectuur gestudeerd, maar in België leerde je vooral over Bauhaus en Ludwig Mies van der Rohe. Daar bleef ik een beetje op mijn honger zitten. Als ik naar Engeland keek, zag ik dat zij toen al een moderne stoel naast het portret van de grootmoeder zetten. Dat vond ik fantastisch, het idee dat stijlen en tijden gewoon naast elkaar kunnen bestaan. Je moet de achtergrond van bewegingen zoals die van Le Corbusier natuurlijk kennen, maar je moet ze ook naar vandaag vertalen. Dat is zoals ontwerpers die blijven hangen bij Jean Cocteau. Je gaat vandaag toch niet zomaar zijn muurschilderingen kopiëren? Je moet in het nu leven. Kijk naar beeldhouwer Florian Tomballe, dat is voor mij de Cocteau van vandaag. We zitten vaak te veel vast in ‘de goede smaak’. Het draait dan om namen. Voor mij mag er gerust een Fornasetti staan, als die maar mooi blendt met de rest. En soms mag er ook iets niet helemaal passen. In kleding kan een kleine faux pas een look net interessant maken. Vroeger kreeg ik van klanten soms volledige mappen met voorbeelden. Dan zei ik al: ik zie uw huis hier niet tussen. Dat is zoals mensen die bij de kapper binnenwandelen met een foto van Angelina Jolie en verwachten dat ze er daarna ook zo uitzien. Mijn hoofdtaak is eigenlijk om mensen uit hun schulp te trekken.”

Van 30 april tot 10 mei 2026 presenteert het KMSKA ‘In volle bloei‘, een bijzondere tentoonstelling onder gastcuratorschap van Gert Voorjans. Floristen creëren unieke bloemeninstallaties die in dialoog gaan met meesterwerken uit de museumcollectie.