Vandaag bereikte ons het droevige nieuws dat Giorgio Armani is overleden. Als hommage brengen we een gesprek dat toenmalig Marie Claire-hoofdredacteur Timon Van Mechelen met de ontwerper voerde in 2024, ter gelegenheid van zijn 90ste verjaardag.

In de modecarrousel die sneller dan ooit draait, was Giorgio Armani een baken van rust en standvastigheid. Meer dan vier decennia stuurt hij zijn gelijknamige merk aan. De ontwerper zette zijn visie van zachte elegantie in mode om naar interieur en hospitality, bouwde een miljardenimperium op en creëerde met Armani/Silos een van de belangrijkste culturele instellingen van Milaan.

Een openhartig gesprek naar aanleiding van de negentigste verjaardag van il Maestro

“Ik ben de persoon die alles beslist. Die vrijheid wil en kan ik niet opgeven.” Giorgio Armani is aan het woord, een vastbesloten man die weet wat hij wil. Hij is niet alleen creatief directeur van de Armani Group, maar behartigt ook zelf de financiën. Als topman kan hij snel van koers veranderen en bij discussies heeft hij het laatste woord. Misschien is die eigen­gereidheid een van de geheimen van het grote succes van zijn monumentale keizerrijk met meer dan 8.000 werknemers. Het merk Armani omvat ondertussen alles: van gyms en sofa’s tot chocolade en parfums. Toch begon het voor de man die op 11 juli 1934 geboren werd in het Noord-Italiaanse Piacenza, allemaal bij mode. Eerst als etalagist in het warenhuis La Rinascente in Milaan, dan als ontwerper van herenkleding voor Nino Cerruti en sinds 1975 onafhankelijk en onder zijn eigen naam. Hij heeft net zijn nieuwe collectie voor volgende winter voorgesteld en verwelkomt ons voor een gesprek waarbij we ongecomplexeerd van de hak op de tak springen.

Giorgio Armani over de lente-zomercollectie 2024

Je lente-zomercollectie 2024 baadt in een mariene sfeer met veel levendige tinten en iriserende texturen. Wat had je voor ogen toen je aan deze collectie begon?
Giorgio Armani: “Trillingen. Trillingen van zowel licht als emotie waren de inspiratie voor dit seizoen. Dat vertaalde zich in veel golvende texturen die zowel in de kleding als in de accessoires en kapsels terugkomen. De collectie is vloeiend en verfijnd, optimistisch en levendig. Nooit overdadig en met de kenmerkende discretie.”

Wilde je ook de onderwaterwereld en zijn kwetsbaarheid oproepen?

GA: “Niet zozeer de kwetsbaarheid, maar meer de sfeer. Zo hebben verschillende stuks reliëf en inlegwerk zodat het lijkt alsof ze bewegen. Om de indruk van golven te creëren, moesten we aanzienlijke technische uitdagingen overwinnen. Ik ben altijd erg geïnteresseerd in het aanleren van nieuwe technieken en in kleine details die zelfs het eenvoudigste kledingstuk bijzonder maken.”

Ben je in je werk ontvankelijk voor de grote maatschappelijke vraagstukken?

GA: “Uiteraard, dat is onze verantwoordelijkheid als mens. We moeten allemaal een groter sociaal- en milieubewustzijn hebben en ik hoop van harte dat de mode-industrie in dit opzicht kan samenwerken. Maar ik ben ook realistisch. Het is opvallend dat na een periode van wijdverspreide goede bedoelingen na de pandemie – bijvoorbeeld om onnodig afval te verminderen – een groot deel van de modewereld zich weer laat verleiden tot haar oude slechte gewoonten. Dit is een ongelukkig aspect van de menselijke natuur.”

Hoe pak jij de ecologische uitdagingen aan?

GA: “100% duurzame mode is een utopie: het leven zelf is immers niet ecologisch. We hebben de neiging om alles om ons heen te verarmen. Maar dat wil niet zeggen dat we het niet beter kunnen doen. We zijn het verplicht aan onszelf, aan de planeet en aan de generaties die na ons komen. Daarom lanceerde ik de website armanivalues.com, om duidelijk en transparant te communiceren – zowel met het grote publiek als met mijn stakeholders – over onze acties op vlak van duurzaamheid en om aan te tonen hoe elke stap effectief kan zijn als het geïntegreerd is in de bedrijfsstrategie en de bedrijfswaarden.”

Hoe verloopt je creatieve proces?

GA: “Alles begint met de materialen en kleuren. Dan wordt er een moodboard gemaakt en vervolgens ontwerpen we en maken we prototypes. Ik ben erdoor gepassioneerd en geniet steeds weer van het proces. Na al die jaren is het duidelijk dat wat mijn werk onderscheidt, en mij als persoon, vereenvoudiging is. Ik schrap om daarna waarde en betekenis toe te voegen. Die methode paste ik ook toe in andere sectoren, en zo heb ik een complete Armani-levensstijl gecreëerd. Veruit de belangrijkste evolutie in mijn werkmethode.”

Er zijn veel verschillende Armani-lijnen. Vind je het niet moeilijk om altijd scherp te blijven?

GA: “Nee, helemaal niet. Juist omdat ik een duidelijke ontwerpfilosofie heb, kan ik al deze projecten tegelijkertijd aan. Met een eigen visie en vol passie en vasthoudendheid, raak je de weg niet kwijt. En je klanten ook niet.”

Zijn er ontwerpers die je bewondert?

GA:“Coco Chanel was een groot talent en haar liefde voor eenvoud, comfort en androgynie vormt tot op de dag van vandaag een belangrijke bron van inspiratie. Nino Cerruti leerde me de kneepjes van het vak en stimuleerde me om mijn eigen, coherente stijl te ontwikkelen. En Jean Paul Gaultier, het enfant terrible van de mode, die er als geen ander in slaagt om zijn enthousiasme en onschuld te behouden, maar ook het vermogen heeft om regels en barrières te doorbreken door zijn verbeelding te gebruiken. Ik waardeer daarnaast het werk van Dries Van Noten en Giambattista Valli. En ik hou van Paul Smith vanwege zijn koppige, onafhankelijke mindset. In het algemeen bewonder ik iedereen die zijn of haar eigen ding doet en zich niet aan de regels houdt.”

Hoe zou je die eigen, coherente stijl omschrijven? Er wordt gezegd dat je mode typisch Italiaans is met oog voor zachte elegantie…

GA: “Mijn stijl weerspiegelt zeker de Italiaanse cultuur. Maar het komt in de eerste plaats voort uit ontwerp en techniek – uit het actief zoeken naar verzachting en ontspanning van de sartoriale codes. Het is niet gemakkelijk om kledingstukken te creëren die chic, elegant en comfortabel zijn, toch was en is dat nog steeds mijn doel. Ik wil het uiterlijk en het karakter van de drager versterken, nooit overweldigen of verhullen. Mode moet aanvullen. Je draagt kleren, zij dragen jou niet.”

Je verwijst vaak naar kunstenaars en kunstwerken als bron van inspiratie.

GA: “Kunstenaars als Gauguin of Kapoor, of kunst- en designstromingen als het surrealisme, Bauhaus en art deco beïnvloeden me voortdurend. Ik maakte al collecties als ode aan kunstenaars, denk aan Matisse voor herfst-winter 1993-94 of Kandinsky voor lente-zomer 2000, maar net zo goed kan een gevoel voor kleur of licht van een bepaalde kunstenaar mijn werk op een meer subtiele wijze inspireren. Ik hou ook van dans – ik werkte verschillende keren samen met Joaquín Cortés, maakte de kostuums voor Bernstein Dances en in 1989 ontwierp ik een collectie die specifiek geïnspireerd was op de Ballets Russes. Daarnaast kijk ik vaak naar architectuur en interieurontwerp, vooral de oosterse art deco.”

De invloed van film en onafhankelijkheid

Je grote doorbraak kwam er nadat Richard Gere een Armani-pak droeg in de film American Gigolo. Zie je film als een belangrijk middel om met je werk een breder publiek te bereiken?

GA: “Ik had geen idee dat American Gigolo zo’n groot effect zou hebben op mijn carrière! Ik geloof dat ik nu aan meer dan 250 films heb meegewerkt en het blijft me creatieve voldoening geven om mee te helpen de personages te ‘construeren’. Maar het maakte me inderdaad ook bewust van de kracht van films om een wereldwijd publiek van potentiële klanten aan te spreken. Ook het aankleden van filmsterren op de rode lopers heeft geholpen om mijn ontwerpen meer bekendheid te geven.”

In de mode-industrie ben je een van de weinigen die zich niet liet opkopen door een groot conglomeraat. Wat zijn de voor- en nadelen van je eigen baas zijn?

GA: “Ik geef toe dat ik een paar keer in de verleiding ben gekomen om te verkopen, maar ik blijf liever zelfstandig. Om één simpele reden: ik ben verantwoordelijk voor mijn keuzes; ik bepaal alles. Ik kan deze vrijheid gewoon niet opgeven. Voor mij is het cruciaal. Door onafhankelijk te blijven, kan ik ongehinderd beslissingen nemen. Ik ben vrij om te creëren hoe ik dat wil en om mezelf uit te drukken op een volledig authentieke en oprechte manier. Ik leg aan niemand verantwoording af, behalve aan mijn klanten. Zij zijn de echte partners van mijn onderneming. Maar buiten de mensen die mijn creaties kopen en dragen, hoef ik niemand te plezieren behalve mezelf. Dit is een groot voorrecht voor een creatieveling.”

Zou een fusie je niet meer vrije tijd geven en tegelijkertijd een mooie reserve?

GA: “We zijn door de jaren heen succesvol gebleken en hebben nooit investeringen van buitenaf nodig gehad om te doen wat we wilden doen. Als we niet zo’n solide en groeiend bedrijf waren geweest, hadden we misschien overwogen om iemand anders te laten instappen. Ik begrijp zeker dat andere merken zich wel laten opkopen, het zijn geen gemakkelijke tijden. Al maak ik me ook zorgen over de steeds grotere conglomeraten en de transformatie van mode in een vorm van visueel vermaak, waarbij gezien worden en opvallen het hoogste doel is, koste wat het kost.”

Giorgio Armani over vrouwen, lichaam en toekomst

Emancipatie is een belangrijke kernwaarde van Marie Claire. Met het beroemde Armani-jasje gaf jij vrouwen in de jaren 80 het kledingstuk waarmee ze schouder aan schouder met mannen konden staan. Je hielp hen het glazen plafond te doorbreken. Was dat bewust?

GA: “Ik begon jasjes en pakken voor vrouwen te verkopen in 1975, een jaar na mijn eerste mannencollectie, omdat mijn zus Rosanna en een paar vriendinnen wilden dragen wat ik voor mannen had ontworpen. Ze wilden ook eenvoudige, zachte jasjes waarin ze zich vrij en natuurlijk konden bewegen. In die tijd stond een generatie vrouwen op die zichzelf op een nieuwe manier wilde uitdrukken via kleding. Ze wilden hun moderniteit, gelijkheid en zelfvertrouwen tonen en niet in een hokje gestopt worden door verouderde codes van ‘vrouwelijkheid’ – en daar hoorde ook verouderde codes van vrouwelijke kleding bij. Dus ontwikkelde ik een nieuwe stijl die vrouwen met gemak konden dragen en die hun een sterke en krachtige uitstraling gaf. Met name de jonge actrices uit die tijd, op zoek naar een moderne look die hen zou onderscheiden van het ouderwetse Hollywood, kozen voor mijn kleding op de rode loper als alternatief voor de stijlen die tot dan toe gebruikelijk waren.”

Je was ook de eerste ontwerper die modellen met een BMI onder de 18 van de catwalk bande nadat topmodel Ana Carolina Reston letterlijk stierf van de honger. Hoe kijk je vandaag naar het debat over body positivity?

GA: “Het werd tijd! Ik heb er altijd op gelet dat mijn werk geworteld is in de realiteit. Ik streef ernaar om ‘echte’ mensen te kleden, met ‘echte’ lichamen voor hun ‘echte’ levens.”

Je viert dit jaar je 90ste verjaardag. Hoe heb je de industrie zien veranderen?

GA: “Deze verjaardag is een belangrijke mijlpaal die me doet nadenken en tegelijkertijd vooruit doet kijken. Toen ik mijn bedrijf 50 jaar geleden begon, was mode een symbool voor moderniteit en vooruitgang. Vandaag is die rol eerder weggelegd voor sociale media en technologie, terwijl mode is veranderd in een vorm van entertainment. Een verschuiving die ik niet positief vind. Persoonlijk geloof ik nog steeds in mode als iets dat een diepe impact heeft op het dagelijks leven van mensen, dat percepties verandert en vooruitgang stimuleert. Ik geloof niet in stijl als een op zichzelf staande oefening. Stijl maakt deel uit van het leven. Liefst wil ik gewoon kleding blijven maken die mensen kunnen kopen en dragen. Ik hoop dat dat nooit verandert.”

Ik vermoed dat op pensioen gaan niet aan de orde is?

GA: “Het interesseert me simpelweg niet. Ik heb het gevoel dat ik nog zoveel te doen heb en ik ga elke dag nog met evenveel plezier naar mijn atelier als toen ik al die jaren geleden begon.”

Wat zijn je plannen voor 2024?

GA: “Ervoor zorgen dat mijn bedrijf met zijn tijd meegaat, terwijl de belangrijkste kenmerken van de Armani-lifestyle onveranderd blijven. Wat betreft concrete projecten geef ik niet graag hints, al kan ik wel zeggen dat ik steeds geniet van de uitdagingen buiten de modesector.”