Beautytalk: Christine Nagel, de huisparfumeur van Hermès
©

Beautytalk: Christine Nagel, de huisparfumeur van Hermès

Leestijd: 7 min

We geven het toe: onze gesprekken gaan vaak over beauty. Zéker als we invloedrijke dames uit de beautyindustrie ontmoeten. En dat levert interessante informatie op. Die we heel graag met je delen. Deze keer is het de beurt aan Christine Nagel, de nieuwe huisparfumeur bij Hermès. 

Christine Nagel volgde Jean-Claude Ellena op als neus van Hermès en stelde in juni haar eerste echte geur voor Hermès voor: Galop. (Ze ontwikkelde al Eau de Rhubarbe Ecarlate, een zomerse cologne met rabarber voor het huis.) Ze werkte jaren als parfumeur voor grote namen. Haar naam doet misschien niet meteen een belletje rinkelen, maar je kent haar werk ongetwijfeld. Ze ontwikkelde ondermeer Si van Giorgio Armani, The One for Women van Dolce & Gabbana, Miss Dior Chérie voor Christian Dior en heel veel geuren voor Jo Malone London.

Wij spraken Nagel in Parijs, de dag na de persvoorstelling van Galop en maakten kennis met een ontzettende gepassioneerde vrouw die duidelijk bezeten is door haar vak.

Wat is de inspiratie achter Galop?

“Ik wilde een manifest van de Hermèsvrouwelijkheid creëren: vrij, met panache en gedurfd. Galop is ontstaan in de leerkelders waar Hermès al zijn leer opslaat en waar het hart van het huis klopt. Je hoort er haast het leer ademen. De textuur van doblisleder, erg zacht kalfsleer, lijkt op een zachte vrouwenhuid, maar leer in een parfum was voor mij altijd mannelijk. Die dualiteit heb ik vertaald naar een erg vrouwelijke leergeur met rozen. De roos is als het ware de paardrijdster van het doblisleer. Ze dansen samen, helemaal gelijk aan elkaar. Geen van beide neemt de overhand. Dit is een geur voor de onafhankelijke vrouw die de teugels van haar leven in handen neemt, de flacon doet denken aan een stijgbeugel en is geïnspireerd door de flacon die cadeau werd gedaan aan klanten toen de eerste buitenlandse Hermèsboetiek in 1930 opende in New York.”

De flacon is een huzarenstukje, niet? 

“De productie zei dat we ze niet konden produceren omdat het te duur was: je moet dertien stukken met de hand in elkaar zetten, het hele flesje zit in elkaar met vijsjes en is demonteerbaar. Het is een hallucinant werkje. Maar Pierre-Alexis antwoordde: ‘We zijn Hermès, we gaan dit doen.’ Het is dus een duur parfum geworden, maar wel eentje met een navulbare flacon. Bij Hermès wordt er geen enkel esthetisch compromis gesloten.”

Parfums van Hermès zijn unieke geuren die niet meelopen met de trends. Geen makkelijke taak om die te ontwikkelen. 

“Een parfumeur heeft volgens mij een grote verantwoordelijkheid binnen een huis. Een parfum is namelijk het eerste object dat je schenkt aan een vrouw die van Hermès houdt. Dan kan je maar beter de geest van het huis in het flesje stoppen! Ik wilde een herkenbare geur creëren die de waarden van het huis belichaamt. Bovendien is parfum, naast horloges, het enige wat je buiten de Hermèsboetiek kan kopen. Een vrouw die één van onze geuren bij Sephora koopt wordt een Hermèsklant. Ik hoop dat ze daardoor op een dag de deur van één van onze boetieks open duwt en dat ze zich meteen thuis voelt.”

“Maar ik heb ook een tweede verantwoordelijkheid. De parfumwereld is verzadigd, daarover is iedereen het eens. Veel geuren lijken op elkaar. We zitten nu al vijf jaar met suikerzoete parfums omdat één geur met een zoete noot toen aansloeg. Een huis als Hermès neemt het risico om een heel herkenbare geur met allure te ontwikkelen. Dat hoop ik toch. Ik hoop dat dit parfum een succes wordt, dat mensen het gaan gebruiken en de parfumwereld zo een andere richting inslaat. Ik hoop dat de nicheparfumerie in de toekomst de échte parfumerie gaat worden.”

Ben je helemaal vrij bij Hermès, of krijg je guidelines als je een parfum ontwikkelt?

“Ik heb totale vrijheid! Ik heb voor praktisch elk huis gewerkt, maar Hermès is het enige waar ik helemaal vrij ben. Mijn eerste vrijheid is tijd, een enorme luxe. Een geur is pas klaar als ik het zeg. Mijn tweede vrijheid zijn de materialen. Ik mag de materialen kiezen die ik wil en ze bewerken hoe ik het wil. Ik heb ook een vrijheid van kleur. De ingrediënten waarmee een parfumeur werkt zijn gekleurd en gaan van transparant tot zwart. Denk aan bepaalde koffiesoorten of soorten benzoïne die zwart zijn. Sommige gembersoorten zijn erg geel. Maar de laatste vijf jaar zie je veel blauwe, groene en roze parfums opduiken. De neus moet dan op één kleur werken. Dat betekent dat sommige ingrediënten zo moeten worden bewerkt dat ze kleurloos worden. Telkens je er iets uithaalt, verlies je iets. Als mijn parfum bruin is, is het bruin. Hermès maakt daar geen probleem van. Dat klinkt ridicuul, maar is erg belangrijk. Ik behandel de zogenaamde matières premières met al hun eigenschappen intact. En de laatste vrijheid is die van tests. Hermès laat zijn geuren nooit testen. We vragen niet aan honderd mensen wat hun mening is. Als je dat doet, worden er dingen uit de geur gehaald om die aan te passen aan de gemiddelde mening. Enkel Pierre-Alexis Dumas (de artistiek directeur van het huis), Agnès de Villers (algemeen directeur van de parfums) en ik beslissen over een geur. Dat is een enorme verantwoordelijkheid.”

Jean-Claude Ellena stond bekend om zijn uniseks geuren, jij hebt erg veel vrouwengeuren gemaakt. Wat is jouw visie op vrouwen- en mannenparfum?

“Ik spreek niet graag over de sekse van een parfum. Een parfum moet in de eerste plaats mooi zijn. Zoveel vrouwen dragen trouwens een mannengeur. En mannen kunnen ook geuren dragen die minder fris zijn, zoals een traditioneel mannenparfum, maar eerder een geurspoor op de huid achterlaten. Een man die ik kende droeg Nahéma van Guerlain, een rozengeur, en ik dacht nooit dat hij een vrouwenparfum droeg. Galop is erg vrouwelijk, maar heeft tegelijk ook voldoende karakter om een man te behagen. Alle mannen die bij de persvoorstelling aanwezig waren, vertelden me dat ze haar zouden dragen. Ik denk dat Hermès die dualiteit in zich heeft. Het huis staat niet voor een seksuele, sensuele vrouwelijkheid, maar er zit sensualiteit in de materialen die het gebruikt, in de texturen, in hoe iets aanvoelt. Die vrouwelijkheid is erg elegant.”

“Weet je, ik denk dat mensen vandaag vooral op zoek zijn naar een olfactieve stempel. Naar kwaliteit. En houdbaarheid. Die criteria zijn belangrijker dan de sekse van een geur.”

Er is een hele discussie gaande dat natuurlijke ingrediënten beter zouden zijn dan synthetische. Wat is je mening daarover? 

“Ik hou van beide. Maar ik hou niet van het woord synthetisch. Ik noem synthetische ingrediënten altijd de matières premières de synthèse die uit onderzoek voortkomen. Natuurlijke ingrediënten als appelsien kosten € 10 per kilo, terwijl tuberoos € 18.000 per kilo kost. In de zogenaamde synthetische categorie heb je ook ingrediënten die € 15 per kilo kosten en andere die duizenden euro’s kosten. Sommige synthetische ingrediënten worden via biotechnologie uit natuurlijke elementen gehaald. Andere kan je trouwens niet via natuurlijke weg verkrijgen en enkel synthetisch samenstellen zoals sering, fresia of viooltje. En dan ben je blij dat er molecules ontwikkeld zijn die die geuren oproepen.”

“Synthetische ingrediënten zorgen bovendien voor een moderne toets. Vergelijk het met mode. Neem nu een modeontwerper die enkel met linnen, katoen en wilde zijde werkt. Die kan nooit de allure, het volume en de stijl bereiken van kledij van een designer die high-tech vezels in natuurlijke stoffen verwerkt. Dat geldt ook voor de parfumwereld. Als je het ene natuurlijke ingrediënt op het andere in een parfum stopt, krijg je een erg barok resultaat met een ingewikkelde olfactieve formule. Omdat elk natuurlijk ingrediënt wordt samengesteld door honderd kleine stukjes materie. Als je een erg mooi natuurlijk ingrediënt met een synthetisch combineert, krijg je een veel moderner en zuiverder resultaat.”

Wat heb je van Jean-Claude Ellena geleerd?

“Hij heeft me het vak niet geleerd, maar ik heb twee jaar naast hem doorgebracht en hem geobserveerd, het mooiste cadeau dat ik me kon inbeelden. Ik heb gekeken hoe hij met zijn persoonlijkheid de Hermèsspirit omzette naar een geur. Ook ik wil die geest met mijn persoonlijkheid vangen. De parfumwereld van Hermès is als een boom: de wortels liggen in zijn traditie en geschiedenis, de takken stellen de verschillende parfumeurs voor die elk jaar nieuwe blaadjes moeten kweken. Jean-Claude is een mooie verzameling takken, maar ook ik maak nu deel uit van die boom. Dat getuigt van de durf van Hermès. Ik ben erg verschillend van Jean-Claude, maar ik kom overeen met andere facetten van het huis.”

Was het een droom om huisparfumeur bij Hermès te worden?

“Ja. Er zijn zo’n vijfhonderd parfumeurs in de hele wereld. Dat zijn er minder dan dat er astronauten zijn! En daarvan zijn er slechts zes huisparfumeur. Je kan geen parfumeur bij een huis worden als je niet eerst ervaring hebt opgedaan in een groot bedrijf dat geuren maakt voor verschillende merken. Je wordt huisparfumeur als je een zekere maturiteit hebt. Vier jaar geleden vroeg ik mezelf af: wat is je toekomst als je nu al de beste job in de wereld hebt? Het antwoord: huisparfumeur worden. En één huis deed me echt dromen: Hermès. Omdat het altijd vanuit het materiaal waarmee het werkt vertrekt en omdat vakkennis er zo belangrijk is. Maar je vraagt zelf niet of je huisparfumeur mag worden, dat is niet elegant, dat moeten ze je vragen. Je kan je dus inbeelden hoe gelukkig ik was toen ze me vroegen. Ik heb erg ingetogen ja geantwoord, maar vanbinnen schreeuwde ik het uit van geluk. Ik had er zo’n zin in.”

“Ik heb het geluk het échte métier van parfumeur te kunnen uitoefenen: creatieve ideeën voorstellen, de tijd krijgen om die uit te werken, de beste ingrediënten te mogen gebruiken en volledig vrij te zijn… Ik hoop nu dat mijn werk mannen en vrouwen gaat raken. Het mooiste cadeau is dat ik één van mijn parfums op iemand ruik.”

Is de parfumwereld nog steeds een mannenbastion? 

“Het métier is van geslacht veranderd. Dertig jaar geleden werd het me afgeraden om neus te worden omdat ik een vrouw was. Dat werd als handicap beschouwd. In mijn generatie overheersten mannen. Tegenwoordig zitten er enkel meisjes in de scholen, maar beginnen er stilletjes aan weer wat mannen bij te komen.”

Draag je zelf parfum?

“Nee. Ik gebruik mijn huid om geuren te testen. Ik loop op het werk altijd rond met kleine stickertjes op mijn lichaam gekleefd waar testgeuren op zitten. Daar ruik ik de hele dag door aan. Ook als ik met vakantie ben, draag ik mijn testgeuren. Ik heb ook een bizarre gewoonte: als ik ’s avonds thuis kom, spray ik, net voor ik mijn wagen verlaat, een testgeur in de auto. Als ik de volgende ochtend naar het werk rijd en niets ruik, weet ik dat het niets is geworden. Maar als het lekker ruikt, weet ik dat er verder mee kan. Ik leef constant met parfum. Mijn neus is altijd actief. Als je me op restaurant ziet zitten, ruik ik altijd eerst aan mijn eten voor ik eraan begin. Daar moeten mijn culinaire vrienden altijd om lachen. Maar ik kan niet beginnen eten voor ik aan mijn bord geroken heb.”

copyright portretten: Sofia Sanchez & Mauro Mongiello voor Hermès.

Franciska Bosmans De artikels van >

Tags: Beauty, Beautytalk, Christine Nagel, Galop, Hermès, Huisparfumeur, Parfum.